|
|
|
Sta even stil
bij ....... De muurschilderingen (1) En hun maker: Emmanuel Perey, kerkenschilder
Gezien de hoge kwaliteit van de polychromie in onze kerk is het opmerkelijk dat er zo weinig bekend is van de man die dit alles schilderde: Emmanuel Perey uit Venlo. Er is geen vermelding in het kunstenaarslexicon van Scheen, evenmin was hij was bekend bij de koninklijke bibliotheek in Den Haag en bij het Museum voor Religieuze Kunst te Uden. Alleen in de database van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (S.K.K.N.) wordt een dozijn kerken vermeld waar hij gewerkt heeft, waaronder:
- H. Cornelius, Beuningen 1907 - H. Antonius Abt, Mortel 1911-1913 - H. Maria Magdalena, Geffen 1912-1913 - H. Naam Jezus, Lierop 1916 - H. Nicolaas, Helvoirt 1917-1918 - H. Lambertus, Helmond 1924-1925
Een reden dat de kunstenaar zo moeilijk te traceren was, is het gevolg van de verschillende schrijfwijzen van zijn naam: Perey, Perrey, Pereij, Perrij, Piereij, enz. Een andere reden is 's mans bescheidenheid. Opmerkelijk is, dat veel leden uit de familie Perey kunstenaars en ambachtslieden waren: koperslagers, zilversmeden, schilders, ontwerpers van kerkaltaren en beeldhouwers. Emmanuel Perey werd
geboren te Roermond in 1864. Zijn grootvader Arnoldus (1798-1873) was schilder
in deze plaats. De firma Perey had 20 à 30 personeelsleden. Later kwamen ook de
twee zonen Johannes en Lambertus in de zaak. Ook broer Edmond zou voor Perey
gewerkt hebben. Eén van de personeelsleden, de kunstschilder Marcel Sijbe de
Maroije heeft Emmanuel en zijn vrouw op doek vereeuwigd. Er werd tevens
samengewerkt met Gerard Jacobs uit Vierlingsbeek: de H. Pancratius uit Hoogeloon
is in 1933 door de fa. Perey en Jacobs gepolychromeerd. Mallen en tekeningen voor het schilderwerk werden op de werkplaats vervaardigd. Voor de sjablonen werd gebruik gemaakt van een soort perkamentpapier, waarschijnlijk behandeld met rauwe lijnolie. Tijdens de werkzaamheden verbleef de hele ploeg inclusief Emmanuel in een pension. In het weekeinde was hij naar zijn gezin. Perey kon goed met de plaatselijke pastoors overweg. 's Avonds zal er daarom op de pastorie vast wel een glas wijn zijn gedronken. Wanneer de kunstenaar precies ophield met werken is ons niet bekend; het zal ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn geweest, toen er onvoldoende werk als kerkenschilder was. Toen Perey de zaak opdoekte kocht hij voor Lambertus een drogisterij, waar deze ook verf maakte en verkocht. In 1937 is Lambertus voor de verffabriek Wagemakers in Breda gaan werken. De fa. Perey is mogelijk overgenomen door de hierboven genoemde Gerard Jacobs. Een voorbeeld van de
zeer decoratieve plant- en bloemmotieven op het plafond De engelen boven de beelden van de H. Antonius en de H. Jozef Engelen met stenen tafelen en evangelieboek Orgelspelende engel onder het oxaal (klik op de plaatjes voor een grotere afbeelding)
Sta even stil bij..... het Maria-altaar.
Het velum
Omdat
het Lof tegenwoordig een zeldzame gebeurtenis is in de meeste kerken krijgen we
het doek niet al te vaak meer te zien. Het wordt echter zorgvuldig bewaard en
bij gelegenheid tentoongesteld.
De torenhaan
Wat verdwenen is (2)
De kroonluchter.
Het deksel
van de doopvont
Op
het kleurig beschilderde stenen vont in onze kerk staat een neogotisch koperen
deksel. Een Johannes
wordt afgebeeld met een staf met vaan, en in zijn hand het schaaltje (of de
schelp) waarmee hij water uit de Jordaan schepte om daarmee te dopen. Hij is
gekleed in een dierenhuid, bijeengehouden met een leren riem. Het torentje is
versierd met waterspuwers, zoals bij een gotische kathedraal.
De
adelaar, symbool voor de inspiratie door de H.Geest, is een embleem van Johannes.
Matheus wordt afgebeeld door het embleem van een engel. Marcus door een leeuw.
Lucas door een os. Om
de een of andere reden is de afbeelding van de adelaar op het deksel
ondersteboven geraakt, zodat de vogel niet direct als zodanig te herkennen is. Dankzij
noeste poetsarbeid glanst het deksel de laatste tijd weer als vanouds.
Het monumentje
voor ongedoopte kinderen Na de viering van
Allerheiligen-Allerzielen op de eerste november van 2005 vond op de onze
begraafplaats de inwijding plaats van een monumentje voor ongedoopte kinderen.
In vroeger dagen werden deze kinderen - meestal baby's die doodgeboren waren, of
slechts heel kort leefden - zonder enig ritueel in ongewijde grond begraven. Het
verdriet om een verloren kind werd op die manier nog versterkt. Velen kennen
hiervan voorbeelden uit hun eigen familiegeschiedenis. In onze jaren erkent men de wonden die zo door een starre interpretatie van de kerkleer zijn geslagen. Het bestuur van de parochie heeft daarom gaarne gebruik gemaakt van een gift om het gedenkteken te laten plaatsen. Het bestaat uit een gedeeltelijk gepolijst brok natuursteen met daarop gegraveerde afdrukken van voetjes. Ook is in bronzen letters een korte tekst aangebracht. Het monumentje is vervaardigd door de firma Lucas Schoot uit Oss, en is geplaatst bij de muur van het priesterkoor aan de oostzijde van de kerk.
De staties van de Kruisweg.
In 2006 hadden de lijsten echt een opknapbeurt nodig. Daarom zijn nieuwe lak en goudverf aangebracht, en is ook de belettering opgehaald, waardoor de gotische schrifttekens weer goed leesbaar zijn. De bevestigingspunten van de panelen zijn verfraaid, en het hout is behandeld tegen houtvernielers. Al dit werk is door enkele kundige vrijwilligers uit onze parochie verricht, die daartoe alle staties van de wand hebben gehaald. Dat bood tevens gelegenheid om de muur erachter opnieuw te sausen. Bij het verwijderen van de schilderijen bleken delen van de oude muurdecoratie nog zichtbaar te zijn. Het gaat hier om de doorlopende schildering van een gordijn met o.a. de letters INRI, de beginletters van het Latijnse Iesus Nazarenus Rex Iudeorum - Jezus van Nazareth Koning der Joden. Deze decoraties zijn ook ditmaal niet overgeschilderd.
Het
vaandel van St. Cornelius.
De
ouderen onder ons missen ze misschien nog wel eens: processies door het dorp. En
bij die processies hoorden vaandels. Een fraai voorbeeld van zo'n prachtdoek is
het vaandel van de H. Cornelius, patroon van onze parochie. Rood fluweel, met
daarop in het midden een afbeelding van de heilige in zijn pauselijke gewaden,
omringd door personen die een intens geloof en vertrouwen in hem lijken uit te
stralen. Maar zoals viel te verwachten bij een antiek stuk als dit, was het hard nodig dat er wat aan hersteld werd. Nijvere vingers hebben zich van deze taak gekweten, en met een nieuwe achterkant en gerepareerde zoom kan Cornelius er weer een tijd tegen. Het is overigens de bedoeling dat het vaandel komt te hangen in het kerkportaal, zodat iedereen er van kan genieten.
Het
angelusklokje
Vroeger
luidde de koster dit klokje om twaalf uur 's middags, de tijd voor het
middaggebed, dat begint met het verhaal over de engel (in het Latijn
"angelus", vandaar) die aan Maria de geboorte van Jezus aankondigde:
"De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt…..", weet u nog
wel? Tegenwoordig bestuurt een computerprogramma het luiden van de kleinste klok
van de drie in de grote toren. Als de elektronen tenminste niet op tilt slaan.
Dan blijft het stil. Eigenlijk gaat er niets boven een goede koster!
In een kerk horen kaarsen te branden. Vroeger mede ter verlichting, maar sinds de komst van de elektriciteit vooral als sfeerlicht, of als blijk van devotie. Onze kerk bezit daarvoor enkele fraaie kandelaars, die regelmatig gebruikt worden. Daartoe behoren de twee hangende koperen exemplaren aan de zijmuren van het priesterkoor. Op de oude foto van het hoogaltaar is te zien waar ze vroeger hingen: aan twee zijden van het altaar. Later zijn ze verhuisd. Alleen…, de luchtverplaatsing door de kerkverwarmings-installatie zorgt op die plaats voor een regen van kaarsvet op de vloer, zodat ze maar zelden branden. Daar is nu verandering in gekomen. Sinds enkele weken zijn ze voorzien van elektrische kaarsjes, nauwgezet aangebracht door een kundig installateur. De leidingen zijn praktisch onzichtbaar, en daarmee is het uiterlijk onaangetast gebleven. Nog meer dan vroeger, vormen ze nu een bruikbare verfraaiing van het interieur.
Wat
verdwenen is.
Bij de
laatste grote verbouwing van ons kerkgebouw in de jaren zestig
heeft men het priesterkoor vergroot. Een van de gevolgen was, dat de
communiebank het veld moest ruimen. Acceptabel, mits men niet zo onverschillig
was omgegaan met dit fraaie beeldhouwwerk. Net als de altaren was de bank van de
hand van de kunstenaar H. van der Geld. En het is doodzonde, dat er niets van
bewaard is De
communiebank kende drie reliëfs met links de afbeelding van het Laatste
Avondmaal. In het midden is een voorstelling te zien met twee drinkende herten,
waarschijnlijk de allegorie uit psalm 42 of uit Jesaja 35. Rechts ziet men de
Bruiloft van Kana afgebeeld. In een van de vier nissen is Cornelius te vinden;
de personen in de overige drie zijn op de foto niet duidelijk te herkennen. Twee
ervan zijn in ieder geval bisschop.
De beschildering is nog niet aangebracht, waaruit is op te maken, dat de foto dateert van vóór 1908. De koperen kroon boven de uitstalruimte voor het H. Sacrament ontbreekt eveneens. De godslamp hangt thans op een andere plaats. Verder zijn achter het altaar de intacte vensters van het koor te zien, het werk van glazenier Nicolas uit Roermond. De ramen waren opgebouwd rond de afbeeldingen van de zeven sacramenten. Deze gedeelten van de oorspronkelijke vensters zijn gelukkig bewaard gebleven. De rest was bij een vorige restauratie niet meer te redden
Het H.
Hartbeeld
Op
het voetstuk met inscripties zijn engeltjes te vinden, die door hun opgeblazen
wangetjes nogal lijken te puffen onder het gewicht dat ze steunen.
Het offer
van Melchisedek In
de voet van het hoofdaltaar in onze kerk vinden we een afbeelding van het offer
van de hogepriester Melchisedek (zijn naam betekent "Koning der
Rechtvaardigheid"). Een gebeurtenis, die wordt beschreven in het veertiende
hoofdstuk van het bijbelboek Genesis. Nadat
Abra(ha)m en de zijnen de overwinning hadden behaald op koning Kedarlaomer, die
zijn broer Lot en zijn familie in het veroverde Sodom gevangen had gehouden,
kreeg Abram bezoek van de koning van Sodom, en van Melchisedek, priesterkoning
van Salem, het latere Jeruzalem. Deze bracht brood en wijn, en zegende Abram met
de woorden: "Gezegend
zij Abram door God, de Allerhoogste,
Sta ook even stil bij de begraafplaats.
| |||||||||||||||||||||||||||||